Foto: Sanne Glasbergen
Als iemand een culturele impuls kan geven aan de ‘grote verbouwing’, dan is het de architect. Het is zijn stiel om meerwaarde te creëren, om te zorgen dat naast de technische en financiële eisen die gesteld worden aan de transities op gebied van energie, klimaat, waterhuishouding, verstedelijking, ook de ruimtelijke kwaliteit gestimuleerd wordt. ‘Maar als de architecten niet opletten, worden zij opzij geduwd,’ zegt Thijs Asselbergs in een interview met Federatie Ruimtelijke Kwaliteit.

Thijs Asselbergs, gelauwerd architect (Architectuurcentrale) en hoogleraar Architectural Engineering aan de Faculteit Bouwkunde van de TU Delft, heeft zijn vak in rap tempo zien veranderen.

‘Architectuur is in opdracht en proces diffuus geworden. De helderheid van de overheid als opdrachtgever, die de hele 20ste eeuw heeft standgehouden, lost nu op in allerlei gelegenheidsconstructies van consortia, investeerders, netwerken en burgerinitiatieven.

‘Dat maakt van de architect in de 21ste eeuw meer een procesbegeleider dan bouwmeester. Het auteurschap van de architect verdwijnt. Niet altijd en niet overal natuurlijk. De powerplay van de grote sterarchitecten is er aan het andere uiterste ook nog. Maar toch.’

‘De markt is aan zet’
Een van de verschuivingen is dat overheid en experts het niet meer alleen voor het zeggen hebben. Aan de vooravond van de ingrijpende verbouwingen is nadrukkelijk een rol weggelegd voor de markt.

Asselbergs: ‘De markt is nu aan zet. Die moet zijn kwaliteiten tonen. De taak is gigantisch. Binnen 10 jaar een miljoen huizen bouwen – zelfs in de naoorlogse situatie was de opgave niet zo groot. Bovendien moeten we het nu zonder uitleggebieden doen. De enige manier is inspringen op slimme industrialisatie van de woningbouw.’

Niet alleen de bouw van de woningen, ook de energieprestatie van bestaande woningen, de opdracht tot circulariteit en het beperken van het beslag op de ruimte, vragen ingrijpende wijzigingen in de staande praktijk. ‘Het sleutelwoord’, zegt Asselbergs, ‘is innovatie. Innovatie op de bouwplaats zelf en in de organisatie en financiering.

‘Maar innovatie in de bouw is lastig. De bouw is duur en uiterst conservatief. De enorme concurrentie is evenmin bevorderlijk voor vernieuwing. Er zijn wel bouwers die zich op nieuwe methoden storten. Zij experimenteren bijvoorbeeld met CNC-methoden, zoals computergestuurde freestechnieken die voor veel minder afval zorgen. Of met deels geprefabriceerde componenten die op de bouwplaats geassembleerd worden. Maar de series zijn nog te klein om te kunnen concurreren met de traditionele bouwmethoden.

‘Daar gaat al onze winst’
‘Om echt een grote slag te maken moet de financiering van de bouw grondig veranderen. Het energie-neutraal maken van woningen vergt niet alleen grote investeringen, er moet ook een manier zijn om deze terug te verdienen. Dat gebeurt nu nog veel te weinig. In het ontwerp moeten de extra kosten voor isolatie, het integreren van energie producerende onderdelen integraal meegenomen worden in de totale levenscyclus van het gebouw. Een hogere bouwprijs leidt weliswaar tot lagere energiekosten, maar dit voordeel komt niet terecht bij de investeerder. Die verliest de concurrentie met de hit-and-run-ontwikkelaars. Bij de woningbouwcorporaties toont zich dit nog schrijnender. De bouwprijs is hoog, maar de huur is gefixeerd op 711 euro per maand. Zolang de energiekosten niet inbegrepen zijn in de huur, profiteert alleen de huurder van de energiemaatregelen, de corporatie kan de investering niet terugverdienen.

Wat doen de corporaties? Die gaan woningen industrieel en goedkoop produceren met aannemers. De architectonische kwaliteit valt buiten de boot. Daar gaat al onze winst van de 20ste eeuw: de typologieën, de kwaliteit van de openbare ruimte en de plinten.’

Ruimte voor de Waal bij Nijmegen. Dit project maakt deel uit van Ruimte voor de Rivier. ‘Een echt Gesamtkunstwerk’, zegt Asselbergs. ‘Integraliteit in het ontwerp – van straatkei tot watersysteem – en in samenwerking met veel partijen waaronder gemeente Nijmegen, ingenieursbureaus, landschapsarchitecten. Als ontwerper ben je een spil, maar de kracht van het project is die integraliteit.’ Foto: Luuk Kramer

Cpo is goede leerschool
‘Een interessante bijdrage aan vernieuwing komt zeker van burgerinitiatieven, stadslabs, energiecoöperaties en andere bottom up-verbanden. Collectief particulier opdrachtgeverschap is al een goede leerschool geweest. We zijn hiermee nieuwe systemen aan het bouwen. Hier ligt een rol voor de architecten, die vaak goede generalisten zijn. De ontwerper is de spil, maar de kracht van een project is de integraliteit. Reken maar dat het qua organisatie hogere wiskunde is.’

‘De architecten bedenken nieuwe oplossingen, technisch of door het koppelen van data. Met studenten ben ik nu aan het werk in het Amsterdam AMC. Zij benaderden ons met de vraag hoe dit veertig jaar oude gebouw de toekomst in kan gaan. Dit academisch ziekenhuis is met 560 duizend vierkante meter het grootste gebouw van Nederland. Het staat in Amstel III, het kantorengebied in Amsterdam- Zuidoost waar in de jaren ‘80 flink geld verdiend is met kantoorkolossen. In de crisis was het op sterven na dood. Nu leeft het op als woningbouwlocatie – er gaan 50 duizend woningen gebouwd worden.’

Het AMC nog fris en vers. Nu is het ‘geen monument, wel erfgoed.’

Niet slopen maar herontwerpen’
‘Studenten kunnen onbevangen kijken en denken. Wat gebeurt er als zo’n gebouw als het Amsterdam SMC energie producerend wordt? Wat is hier de energetische opgave, hoe creëer je een nieuwe life cycle die ook spoort met de veranderingen in de zorg? De studenten bedenken nieuwe gevels, en nieuwe systemen en constructies. Wat als de gevels geleased worden?

‘Dit ziekenhuis van architecten Duintjer en Van Mourik is een deel van de naoorlogse voorraad waar de grote verbouwing niet aan voorbij kan gaan. Het is geen monument maar het is wel erfgoed en het past heel mooi in de agenda van herwaardering en vernieuwing van de architectuur uit de jaren ‘70 en ’80: het tweede leven van gebouwen, niet slopen maar herontwerpen.’

Modellen van de integrale aanpak van de gevel van het AMC, gemaakt door bouwkunde studenten van de TU Delft.

Om de oproep Fiks Nederland kracht bij te zetten, zijn vier thema’s benadrukt, inclusief voorbeelden. Welk voorbeelden wilt u toevoegen?

Dialoog over kwaliteit:
‘”Ruimte voor de rivier” is hét voorbeeld van een dialoog die tot prachtig nieuw landschap heeft geleid. Wij houden allemaal zeer van het rivierenlandschap en hier is nieuw landschap toegevoegd. Het is ingenieurskunst. De Deltawerken van de 21ste eeuw.’

Zoek koppelkansen:
‘Een grote kans ligt in het koppelen van de energieprijs aan de woning. In Duitsland doen ze dat. Je huurt een nieuwbouwwoning inclusief energiekosten. Dan loont het om te investeren in energiebesparingsmaatregelen, want die kosten betalen zich terug. Nadeel is wel dat huurders het gevoel hebben dat energie “gratis” is. Als je niet oplet zetten mensen het raam open.’

Nederland is van iedereen:
‘Hier maak ik weer een vergelijking met Duitsland. Overal op het Duitse platteland zie je PV-cellen op de daken. En hier in Nederland? PV-cellen op groen gras – zonneweides – terwijl er kilometers groot grijs dakvlak leeg staat. In het landschap worden overal grote internet-distributiecentra neergepleurd, zonder enig energie producerend vermogen. Hoe halen ze het in hun hoofd? Het voorstel van Rijksbouwmeester Floris Alkemade voor een Dakenwet, die zonnepanelen op geschikte daken kan afdwingen, is een uitstekend idee. Een wet is een democratisch middel, kan belangen afwegen en maakt duidelijk dat hier een ontwerp-opgave ligt.’

Inzet ontwerpers:
‘Er schuilt een prachtige rol voor de architect in het koppelen van data aan nieuw gebruik. Neem de auto’s in de stad. De auto is ook een ruimtelijk vervuiler. Hij staat meer dan 23 uur per dag stil en neemt veel plek in in de stad. Wat zou het betekenen voor de openbare ruimte als we auto’s permanent laten rijden in plaats van te parkeren? We moeten andere mobiliteitssystemen ontwerpen. Ontwerpers moeten de data-architectuur hiervoor doordenken en zichtbaar maken.’

De initiatiefnemers van Fiks Nederland willen een prijs uitloven voor het beste project. Wie moet die volgens u krijgen?

‘Klusflat Kleiburg, zonder twijfel. De architecten [NL Architecten en XVW architecten, red.] hebben dit deel van de Bijlmermeer volledig omgedraaid. Met een plint die werkt. Dat is wat ontwerp kan doen. Niet voor niets heeft het project al de Mies van der Roheprijs gekregen. Je ziet nu ook hoe mooi die klassieke Bijlmerflat eigenlijk is. Wij krijgen nog spijt dat we de Bijlmermeer grotendeels gesloopt hebben.’

Fiks Nederland is een actie van Kunsten ’92 en de Federatie van Ruimtelijke Kwaliteit. Het is een oproep aan alle betrokkenen bij de ‘grote verbouwing’ van Nederland om zich sterk te maken voor de ruimtelijke kwaliteit. www.fiksnederland.nl

 

 

© Thijs Asselbergs architectuurcentrale