• 12037-16
  • 2010112202P web
  • 2010112503-04 web
  • 2010112552 web

De appartementengebouwen zijn los en informeel gepositioneerd in de landschappelijke omgeving, als twee nonchalante objecten op een archeologische vindplaats. Het deels verhoogde maaiveld vloeit om en tussen de gebouwen door, waarbij het parkeren middels deze landschappelijke invulling aan het zicht wordt onttrokken. De ontsluiting vindt plaats door middel van hellingbanen en trappen. De gevels bestaan uit witte hoogglans aluminium geveldelen die horizontale belijningen weergeven en de gebouwen een glanzend, licht spiegelend uiterlijk geven. Door het sterke contrast met de donkere (terugliggende) glasstroken, wordt het beeld versterkt van zwevende, futuristische bouwvolumes boven een groene setting.

Elk volume heeft twee horizontale insnoeringen van doorlopende glasstroken, wat het gebouw een zekere lichtheid en eigenzinnigheid geeft.  De buitenruimtes onderbreken sporadisch de horizontale belijning en ‘klappen’ deels naar buiten, wat refereert naar een opgevallen deur of luik van de laadruimte en contact mogelijk maakt met de wijde omgeving. Op het dak vormen twee penthouses de zogenaamde ‘kapiteinshut’. Deze zijn voorzien van ruime dakterrassen en bieden een hoge standaard met betrekking tot kwalitatief wonen, waarbij men over het park en de gehele Leidsche Rijn uit kan kijken.

Documentation