NL | EN
architectuurcentrale Thijs Asselbergs

Thijs Asselbergs gekozen voor ledenraad BNA

publicatiedatum:
28-04-2010 

'Huur een grote loods af en beoordeel de kwaliteit van het werk van BNA-architecten eens over de volle breedte.'
 
Thijs Asselbergs, architect/directeur architectuurcentrale Thijs Asselbergs

‘De BNA is naast Bond van Nederlandse Architecten ook de Koninklijke Maatschappij tot Bevordering der Bouwkunst. Het gaat dus niet alleen over cao’s en honorariums, maar ook over de culturele waarde van gebouwen. En die laat nog weleens te wensen over. Wat om ons heen in stad en polder wordt neergezet, had vaak veel beter gekund. Er worden te veel projecten gerealiseerd waar de architect liever geen ruchtbaarheid aan geeft. De beroepsgroep, en met name de BNA-architect, mag zich wel wat verantwoordelijker voelen voor de resultaten. Het besef moet doordringen dat je opdrachtgevers niet eindeloos naar de mond kunt praten, dat er een kwalitatieve grens is waar je niet onder wilt zakken.
Je kunt kwaliteit van bovenaf stimuleren door de hele goede te onderscheiden, zoals bij het Gebouw van het Jaar gebeurt. Maar ik stel voor het ook andersom aan te pakken. Laten we de discussie over kwaliteit veel breder trekken en alle BNA-leden verplichten om niet alleen hun mooiste werk te laten zien, maar alles wat ze de afgelopen drie jaar hebben opgeleverd. Dan huren we een grote loods af en beoordelen we de kwaliteit van elkaars werk. Dat hoeft niet met de pers erbij, ik denk aan een besloten bijeenkomst waarin vakgenoten verantwoording aan elkaar afleggen over hun werk. Niet om elkaar af te branden, maar om te praten over de kwaliteit. En als er prutswerk tussen zit, moet je daar vragen over kunnen stellen. Er wordt nu vooral gepraat over architectuur van opvallende kopstukken als Soeters of Benthem Crouwel; het middle of the road segment komt nauwelijks aan bod. Er is niets mis met middle of the road, maar het kan vaak wel beter. Ik denk dat het interessant is om te onderzoeken waar dat aan ligt. Als de BNA een kwaliteitskeurmerk wil zijn, moeten ze er ook voor zorgen dat hun leden optimaal presteren. Het toetsen van het werk van leden op culturele, gebruiks- en toekomstwaarde kan daaraan bijdragen.’