• kennedyln_voork 760
  • 182 kennedyln hoek persp2 760
  • kennedyln nacht 760
  • kennedyln nacht persp 760

De twee woongebouwen vervangen de oude kantoorpanden van de Rijksgebouwendienst en de Binnenlandse Veiligheidsdienst aan de President Kennedylaan. De situering aan deze drukke doorgangsweg was vanwege de geluidsbelasting een complicerende factor. Een belangrijke randvoorwaarde was dat de woongebouwen ook een gezicht naar de achterliggende negentiende-eeuwse buurt moesten krijgen.

De beide gebouwen kregen een alzijdige opzet. Daarvoor werd een passend ontsluitingsprincipe ontwikkeld, gebaseerd op een module van telkens drie woningen, geclusterd rondom een atrium met lift. Zo werd het mogelijk om wonen en slapen aan voor- en achterzijde maximaal af te wisselen. Terwijl, ondanks de hoge geluidsbelasting, ook aan de straatzijde, buitenruimte kon worden gecreëerd in de vorm van afsluitbare serres met schuiframen. Geluidsbeperkende voorzieningen als suskasten werden hier zoveel mogelijk achter het metselwerk weggedetailleerd.

De herhaling van de module van drie woningen laat zich aan de straatkant goed aflezen doordat de middelste woning telkens uit de gevel naar voren springt. Door hier twee woonlagen toe te voegen en de gevels te bekleden met geëmailleerd glas, ontstaan glimmende torentjes die de grote bakstenen bouwvolumes geleden. De koppen markeren met hun extra hoogte begin en einde.

Terwijl de omvang aansluit bij het grootschalige karakter van de President Kennedylaan, sluiten materiaalgebruik en vormgeving juist aan bij de rest van de omgeving. Zo vormt de toegepaste oranje baksteen een link met de achterliggende negentiende-eeuwse bebouwing van het Statenkwartier en sluit de groenige toon van het wit geëmailleerde glas aan bij de architectuur van het Gemeentemuseum aan de overkant. Opvallend is het contrast tussen de robuuste, grootstedelijke uitstraling aan de President Kennedylaan en de open, kleinschalige sfeer aan de Cornelis de Wittlaan. Hier openen de gebouwen zich naar de omgeving met glazen puien, brede doorgaande balkons en open atria naar buurt en plantsoen. De atria zijn ingericht als ruime, lichte ontvangsthallen en de glazen liften ademen de sfeer van een hotellobby. De vrijstaande trappenhuizen werden bekleed met geperforeerde staalplaten waardoor ze in het donker als lantaarns stralen.

Al in een vroeg stadium werd uitvoerig met buurtbewoners overlegd over de inpassing van de blokken in de buurt. Zo is bij het bepalen van de hoogte rekening gehouden met bezonning en uitzicht van de aangrenzende woningen. Ook werd de parkeerdruk voor de buurt teruggebracht door het parkeren onder te brengen in een half verdiepte plint onder het gebouw. Deze werd vormgegeven door kunstenaar Hanshan Roebers als een monumentale betonnen sokkel met aan de tuinkant brede trappen naar de entrees. Het dek werd zorgvuldig ingericht en afgewerkt met sedum voor een natuurlijke overgang naar de groene omgeving.

Documentation