Jazzbiotoop Cloud Nine TivoliVredenburg in gebruik genomen

  • TivoliVredenburg
  • foto:Herman van Doorn
  • foto: Juri Hiensch
  • TivoliVredenburg
  • TivoliVredenburg
  • 14023-05
  • TivoliVredenburg
  • OPENGEWERKT4
  • TivoliVredenburg
  • OLYMPUS DIGITAL CAMERA
  • 14063-32 sml

Aan het Vredenburg in Utrecht is het Muziekpaleis gerealiseerd. Afzonderlijk herkenbare biotopen voor verschillende muzieksoorten zijn in één synergetisch complex gecombineerd. Het Muziekpaleis is een ontwerp van Architectuurstudio HH in samenwerking met Jo Coenen Architects and Urbanists, NL Architects en Thijs Asselbergs Architectuurcentrale die de Jazz-biotoop voor zijn rekening heeft genomen. In deze biotoop zijn drie verschillende jazz-accommodaties gecombineerd: workshop, club en concertzaal.

Het Muziekpaleis vervangt het voormalige muziekcentrum Vredenburg, een ontwerp van Herman Hertzberger uit 1975. De beroemde grote zaal uit het oorspronkelijke complex blijft behouden en wordt met bijbehorende dienstruimten en voorzieningen geïncorporeerd in de nieuwbouw als de Symfonie biotoop. Daarnaast omvat het Muziekpaleis een Pop-biotoop, een Cross-over-biotoop, een Kamermuziek-biotoop en een Jazz-biotoop, afzonderlijk ontworpen door verschillende ontwerpers en samengebracht in een ingenieus stelsel van publieks- en verkeersruimtes onder een semi-doorzichtige ‘kap’.

Het Muziekpaleis kijkt aan de zuid-westkant uit op het water van de Catharijnesingel. Aan deze zijde ligt het publieksplein met de hoofdentree, aan de stadskant ligt een kleinere entree en aan alle zijden wordt het gebouw door middel van horeca- en winkel- en publieksfuncties ingebed in zijn omgeving. De differentiatie door middel van de verschillende muziekbiotopen die ook van buitenaf zichtbaar zijn, sluit aan bij de fijnmazigheid van de oude stad, terwijl het grote gebaar van het Muziekpaleis als geheel, aansluit bij de grootschalige (nieuw)bouw in het Stationsgebied.

De Jazz-biotoop bevindt zich bovenin het gebouw en bestaat uit de jazz-zaal met ruimte voor ca. 250 toeschouwers, de jazz-club voor ca. 150 personen en de workshopruimte met plaats voor ca. 20 toehoorders. De drie zalen hebben elk hun eigen maat en speelkwaliteit en zijn alledrie voorzien van omlopen die zorgen voor een hoge gebruikswaarde en extra zitplaatsen. Houten vloeren en witte wanden bieden een atmosfeer die aansluit bij de hedendaagse jazz-cultuur.

De combinatie van deze verschillende ruimtes biedt allerlei extra mogelijkheden. Zo kan de wand tussen zaal en club gedeeltelijk worden opengezet zodat de twee ruimtes afzonderlijk of gecombineerd gebruikt kunnen worden. Daarbij is de zaal geschikt voor zittende concerten maar ook voor dansavonden en biedt de club goede mogelijkheden voor optredens met een wat informeler karakter. Daar is een flinke bar en heeft men een fraai uitzicht over de oude stad. Voorts kan met het oog op festivals een directe verbinding met de Cross over-zaal worden gemaakt.

Onder het hoofdpodium van de Jazz-biotoop bevinden zich kleedkamers en inspeelruimtes voor de artiesten. Ook is er een visuele en fysieke verbinding met de workshopruimte wat mogelijkheden biedt om afzonderlijk te oefenen of te jammen. Dit is een volume dat gedeeltelijk onder de jazz-biotoop uitzakt in de grootste publieke ruimte van het Muziekpaleis, het Muziekplein. Vanaf het Muziekplein biedt een trap toegang tot de jazz-zalen. Een huid van geperforeerde aluminium platen in een zilver-achtige tint zorgt ervoor dat de Jazz-biotoop zich herkenbaar zal manifesteren binnen de context van het Muziekpaleis. Op de gevel zijn ronde stippen aangebracht variërend van grootte. Deze stippen volgen in horizontale lijn de melodie van ‘What a wonderful world’ van Louis Armstrong, één van de oudste jazznummers.


Lees hier het artikel ‘Stad in de stad’ van de Architect.